Koorddansen boven Schiphols buren
Omwonenden van Schiphol krijgen waarschijnlijk eind dit jaar te maken met experimenten om de geluidshinder te verminderen. Maar er moet nog veel worden geregeld. Vertegenwoordigers van omwonenden en de luchtvaartsector zijn het in grote lijnen eens over de opzet, maar het wantrouwen is nog niet weg. Bewoners blijven beducht voor een toename van de hinder, terwijl de vliegbranche capaciteitsbeperkingen vreest. Het wordt koorddansen boven de buren van Schiphol.
Vanaf 1 november wil de CROS twee experimenten uitvoeren. De eerste proef moet vooral de nachtelijke hinder in de omgeving van Castricum en Uitgeest verminderen. Dit door de aanvliegroute voor de Polderbaan wat te verschuiven en alleen te landen in glijvlucht. Het tweede experiment – en dit is interessant voor Leiden en de gemeenten in de Bollenstreek die onder de aanvliegroute van Schiphol liggen – behelst een ander baangebruik. De bedoeling is om de ene maand vooral naar het noorden te starten via de Polderbaan en Zwanenburgbaan en de maand erna naar het zuiden op te stijgen via de Kaagbaan en Aalsmeerbaan. De winst zit hem vooral in de grotere voorspelbaarheid van de overlast: de ene maand is het wat rustiger, de volgende drukker. Weersomstandigheden kunnen het beloofde baangebruik echter flink in de war sturen. Dan krijgen omwonenden in de 'rustige' maand toch veel meer vliegtuigen over zich heen dan voorspeld.
Om de proeven uit te kunnen voeren, moeten enkele wettelijk vastgelegde handhavingspunten rond Schiphol tijdelijk worden versoepeld. ,,Het komt erop neer dat je bij zo'n proef straks niet direct een boete krijgt uit Den Haag'', zegt de Haarlemmermeerse wethouder Bezuijen, voorzitter van de CROS-werkgroep hinderbeperking.
Bezuijen wil verder eerst weten of deze vliegmethoden wel voordeel opleveren, voordat nieuwe procedures definitief worden vastgesteld. ,,Levert het niets op, dan ga je terug naar de oude situatie.'' Hij beseft dat niet alle buren van Schiphol blij zijn met het geëxperimenteer in de lucht.
Toch is er ook interesse. Voorhouter J. Derksen, die vorig jaar een actie op touw zette om een meetinstrument voor vliegtuiglawaai in zijn woonplaats te bewerkstelligen, klinkt positief. ,,Het is een goed punt dat men een poging doet om de overlast van vliegverkeer te verminderen'', zegt hij. Maar dergelijke proeven moeten wel voldoen aan een aantal regels, vindt hij. ,,Ten eerste moet er sprake zijn van een fatsoenlijke meting, met echte meetposten in plaats van rekenmodellen, zoals nu veelal het geval is. En daarnaast moet zo'n experiment ook gewoon stoppen, als blijkt dat de overlast niet significant daalt.''
Dat wordt volgens Bezuijen overigens nog een fors probleem: het vaststellen van de effecten van de proeven. ,,Het wordt heel ingewikkeld om dit te gaan meten'', aldus Bezuijen. ,,Dit is het zwakste onderdeel van de pilots. Maar doe je niets, dan weet je zeker dat er niets gebeurt.''
Volgens de Leidse stichting Geluidsnet, die onder andere in Oegstgeest en Leiden meetpunten beheert, is een meting overigens goed mogelijk. ,,Maar dan zou je langer moeten meten dan twee maanden'', zegt Jasper Koolhaas. ,,Als de wind lange tijd uit een bepaalde komt, vertekent dat bijvoorbeeld. En de ene maand heeft Schiphol het drukker dan de andere.'' Hij waagt zich niet aan een uitspraak of omwonenden op deze manier minder overlast zullen ondervinden. ,,Geluid kunnen we registreren. Maar overlastbeleving is niet te meten.
Bron: Leidsch Dagblad


