Geluidsnet schudt Schipholdebat op
Stichting Geluidsnet werkt aan een meetpuntennetwerk om het geluid rond Schiphol in kaart te brengen. Het initiatief zorgt voor beroering in de discussie rond Schiphol. “We willen het debat over geluidshinder uit de sfeer van de witte jassen halen.”
“Een microfoontje, meer is het niet”, zegt Jeanet Visser bijna verontschuldigend. Ze wijst op de geluidsmeter, die met een beugel en wat ducktape is bevestigd aan de achtergevel van haar huis in Amsterdam centrum. Een zwarte kabel leidt van de microfoon naar een computer onder haar bureau. Het is het eerste Amsterdamse meetpunt van Geluidsnet, een stichting die het geluidslandschap rond Schiphol in kaart wil brengen door op grote schaal geluidsmeters te plaatsen bij particulieren. Ook in Spaarndam, Castricum, Limmen, Uitgeest en Assendelft hangen de microfoons aan de gevels. Het aantal van 30 meetpunten wordt nog binnen enkele weken uitgebreid tot 45.
Visser, sinds 1993 lid van het Platform Vliegoverlast Amsterdam (PVA), doet mee aan het project omdat ze geen vertrouwen meer heeft in de berekeningen van de overheid en Schiphol. “Ondanks eerdere beloftes is de overlast boven het centrum van Amsterdam helemaal niet afgenomen met de komst van de Polderbaan. Je kunt daar wel over klagen, maar als burger heb je weinig in handen.”
Precies daar is het Jasper van Lieshout, een van de initiatiefnemers van Geluidsnet, om te doen. “We willen het debat uit de sfeer van de witte jassen halen. Het is nu teveel een tenniswedstrijd tussen een stel deskundigen.” De geluidsbelasting rond Schiphol wordt al jaren berekend in plaats van gemeten, aan de hand van de vliegroutes en technische informatie over de gebruikte toestellen. Met fictieve handhavingspunten op de kaart wordt bepaald of de luchthaven zich aan de geluidsnormen houdt. “Een technocratisch gedrocht”, vindt van Lieshout. “ Het normenstelsel is slechts door een beperkt aantal ingewijden te doorgronden.”
De meetgegevens van Geluidsnet zijn via een website voor iedereen beschikbaar en begrijpelijk. Op een kaartje van de regio Schiphol staan de meetpunten van Geluidsnet als cirkels weergegeven. Ze verschieten voortdurend van kleur en veranderen van grootte. In Castricum geeft het meetpunt het ene moment een waarde van nog geen 50 decibel aan, om het volgende moment donkerrood uit te slaan met een waarde van boven de 90 decibel. Een vliegtuig? Even verderop in het duindorp Limmen is het rustig: alle meetpunten blijven klein en groen.
Een stel goedkope microfoons, vrijwilligers met een ADSL-aansluiting en een softwareprogramma om de gegevens te analyseren. Meer heeft Geluidsnet niet nodig om het geluid rond luchthaven Schiphol in kaart te brengen. Voor duizend euro per meetpunt, een habbekrats vergeleken met de dure meetpunten van Schiphol (75 duizend euro) en het commerciele Omegam (20 duizend euro per stuk), doet Geluidsnet wat jarenlang niet voor mogelijk werd gehouden. Met steun van de Waag Society en Digitale Pioniers en donaties van particulieren werd dit voorjaar begonnen aan een proef met 23 meetpunten, een aantal dat moet uitgroeien tot een compleet dekkend netwerk van ruim tweehonderd meters.
Niet alleen particulieren, ook gemeenten hebben inmiddels interesse getoond in Geluidsnet. Van Lieshout praat onder meer met Haarlem, Velsen en Oegstgeest. Van Zaanstad, Wormerland en Oostzaan ontving hij al een toezegging, en ook Amsterdam adopteert binnenkort vijf microfoons. Het vertrouwen in de metingen die Schiphol zelf doet (met de 21 stations van het niet-publieke NOMOS-netwerk) blijkt ook onder de gemeenten niet bijster groot. Van een slager die zijn eigen vlees keurt moeten ze niets hebben.
Brommers en vliegtuigen
Als geluid meten zo eenvoudig is, waarom moet er dan een particulier initiatief aan te pas komen om een compleet meetnet op te zetten? Het Schipholdebat gaat al jaren gebukt onder een gebrek aan duidelijkheid over de naleving van geluidsnormen. Pleidooien om te meten liepen in de jaren negentig telkens stuk op de bewering dat meten te ingewikkeld is. Het zou te moeilijk zijn om de herrie van een brommer te onderscheiden van vliegtuiglawaai. De meetpalen die wel zijn geplaatst staan om die reden voornamelijk in weilanden, niet op de plekken waar omwonenden hinder kunnen ondervinden.
Het brommerargument kan wat Van Lieshout betreft voorgoed de prullenbak in. “Als je met meerdere punten werkt zul je zien dat een brommer slechts bij één meetpunt tegelijk een geluidspiek veroorzaakt. Een overkomend vliegtuig zal ook de naburige meetpunten doen uitslaan.” Dat is volgens Van Lieshout de kerngedachte van Geluidsnet: met veel goedkope meetpunten bereik je meer dan met enkele dure.
Schiphol heeft desondanks weinig vertrouwen in die goedkope meetpunten. “Meten is minder makkelijk en goedkoop dan Geluidsnet doet voorkomen,” zegt een woordvoerder. Daarvoor heb je ‘gevalideerde meters’ nodig, die om de drie maanden geijkt worden en vliegtuiglawaai kunnen onderscheiden van andere herrie.
Meten is lastig, beaamt prof. Guus Berkhout, de voormalige voorzitter van de Commissie Deskundigen Vliegtuiggeluid (CDV), die in 2002 opstapte omdat hij zich tegengewerkt voelde door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. De hoogleraar akoestiek vindt het niet zo gek dat er wordt vastgeklampt aan de rekenmodellen die al in de jaren zeventig werden ontwikkeld. “Toen hadden we überhaupt nog niet de technische mogelijkheden om te meten.” Nu is dat anders. “Het is nog steeds niet makkelijk, maar je moet het gewoon doen,” meent hij. “Snel beginnen, snel leren, snel aanpassen. Trial and error.” We moeten volgens Berkhout ‘ophouden met praten.’ “Wat die jongens van Geluidsnet doen is fantastisch.”
Berkhout verwacht veel van Geluidsnet. “Natuurlijk moet het systeem nog geprofessionaliseerd worden. Je moet zorgen dat alle partijen de metingen kunnen accepteren.” Berkhout schetst een scenario, waarin de computermodellen van de Luchtverkeersleiding Nederland worden getoetst aan het gemeten geluidslandschap, zoals dat hoort in de wetenschap. “Koppel die gegevens aan een klachtendatabase en je creëert een level playing field, waarin iedereen toegang heeft tot dezelfde informatie.”
Angst voor metingen
Los van het feit dat het straks technisch mogelijk is om een waterdicht meetsysteem rond Schiphol neer te zetten, zitten overheid en Schiphol daar wel op te wachten? “Het kabinet wil eigenlijk niet aan de geluidsmetingen, want er zou wel eens uit kunnen blijken dat Schiphol meer decibellen produceert dan berekend”, meent Joris Wijnhoven, die namens Milieudefensie campagne voert tegen Schiphol.
De overheid is in een fuik gezwommen, denkt Geluidsnet-oprichter Van Lieshout. Zij zit klem tussen de beloftes aan omwonenden en de keuze om Schiphol te laten doorgroeien. “De overheid moet zich in allerlei bochten wringen om aan die dubbele doelstelling te voldoen. Geluidsmetingen komen dan niet altijd gelegen.”
Toch heeft de steen die Geluidsnet in de Schipholvijver gooide, inmiddels voor kringen in het water gezorgd. De Commissie Eversdijk, die in opdracht van de ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat onderzoek doet naar de handhaving van de geluidsnormen rond Schiphol, heeft interesse getoond in de activiteiten van de stichting. Overigens met een flinke slag om de arm: ‘Donders lastig’, noemt voorzitter Huib Eversdijk het meten van geluid in een interview met NRC Handelsblad in juli 2003. Een klein jaar later blijkt de oud-CDA-senator er in een persbericht nog dezelfde visie op na te houden: “het gebruik van metingen is aanmerkelijk ingewikkelder dan tot op heden is beweerd.”
Diezelfde Eversdijk verzocht Schipholdirecteur Gerlach Cerfontaine onlangs om een website te openen waarop de meetgegevens van het Noise Monitoring System (NOMOS) van de luchthaven real-time te volgen zijn. Begin 2005 is het zover. Van een nieuwe openheid wil Schiphol echter niet spreken. Volgens een woordvoerder worden de meetgegevens al tien jaar gepubliceerd en staan ze ook al op internet.
Onzin, oordeelt Joris Wijnhoven van Milieudefensie. “Ze publiceren nu alleen wat hun uitkomt. Hoe ze tot hun metingen komen haal je niet uit die grafiekjes.” De Milieumonitor van Schiphol blijkt inderdaad uit te blinken in verhullende staatjes, zoals een toptien van de meest lawaaierige vliegtuigen die Schiphol de afgelopen tijd aangedaan hebben.
Wijnhoven bespeurt wel een kentering in de benadering van het geluidsprobleem, van alleen berekenen naar meten en berekenen. “Maar het gaat allemaal tergend langzaam.” De aanstelling van de Commissie Eversdijk heeft volgens Milieudefensie veel weg van een uitstelmanoeuvre.
Deskundige Berkhout wil zich niet uitlaten over de verrichtingen van zijn opvolger bij de CDV. “Maar als u het mij vraagt moeten we dit jaar nog weten waar we aan toe zijn, en volgend jaar een begin maken met het toetsen van de computermodellen aan meetresultaten.” De Commissie Eversdijk komt op zijn vroegst eind 2005 met een definitief advies aan het kabinet.
Voor Berkhout staat vast dat er voor het Schipholbeleid een nieuwe structuur moet komen. De informatie over Schiphol moet volgens de hoogleraar uit de politieke sfeer gehaald worden. De overheid moet opener zijn, de adviescommissies scherper en onafhankelijker.
Ook Van Lieshout beschouwt zijn project als een uitdaging aan het politieke bestel, een roep om politieke vernieuwing. Hij wil het overheidsmonopolie op kennis doorbreken. “Geluidsnet had bedacht kunnen worden door Balkenende en Thom de Graaff. Wij hebben een manier bedacht waarop burgers actief betrokken kunnen raken bij de politiek, waarbij ze verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de handhaving van normen en waarden.” Schertsend: “Wat wij doen is eigenlijk zo politiek-correct als de neten.”
Camiel Donicie
Bron: Nieuw Amsterdams Peil



